Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Inleiding
De feiten en omstandigheden: wat is er gebeurd?
de rechtbank begrijpt: pilaren). [10] Gelet op de aangetroffen kogelinslagen in de woning, de uitgezette schietlijnen, de aangetroffen hulzen en de letsels van het slachtoffer, is het zeer aannemelijk dat de schutter schoten heeft gelost toen hij zich bij de rechter penant, gezien vanuit de nabijgelegen autosnelweg, bevond. [11]
de rechtbank begrijpt: het appartement van [medeverdachte 1] in de villa van [verdachte]) heeft gezien. [25]
de rechtbank begrijpt: de woning van [slachtoffer 2]) geld halen dat de bewoner verschuldigd was.
over [medeverdachte 1]:
De juridische kwalificatie van de feiten en de rollen van de verdachten
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf
allemensen die verantwoordelijk zijn voor de dood van [slachtoffer 1] veroordeeld kunnen worden. En door openheid van zaken te geven, heeft hij veel moeten opgeven. Hij heeft uit veiligheidsoverwegingen moeten breken met zijn naasten. Hoewel dit geen compassie hoeft op te roepen, is het wel een aspect dat de rechtbank meeweegt. Uiteindelijk is het hiervoor genoemde maatschappelijk belang bij de inzet van het instrument van de kroongetuigenovereenkomst voor de rechtbank doorslaggevend geweest om de officier van justitie toch te volgen in zijn strafeis voor het aandeel dat [medeverdachte 1] had. Hij zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van veertien jaar met aftrek van het voorarrest.
8.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.Het beslag
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 zijn omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de bewezen verklaarde feiten onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 tot een gevangenisstraf van 24 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ten aanzien van de posten woonkosten Wit-Rusland, schoolkosten kinderen, reis- en verblijfkosten, gemist levensonderhoud partner en immateriële schade niet ontvankelijk is en dat zij dit gedeelte van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe met betrekking tot de post kosten uitvaart en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij € 5.597,30 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 5 december 2012 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op € 4.804,00;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van € 5.597,30, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 62 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 5 december 2012 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;