ECLI:NL:RBLIM:2019:11819

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
16 december 2019
Publicatiedatum
13 april 2021
Zaaknummer
03/721019-18
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Th.A.J.M. Provaas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 105 SvArt. 126nf SvArt. 218 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot afgifte medische dossiers wegens verschoningsrecht huisarts

In deze strafzaak heeft de officier van justitie op grond van artikel 126nf Sv gevorderd dat de huisarts de medische dossiers van verdachte en diens moeder zou afgeven. De huisarts weigerde dit op grond van zijn verschoningsrecht, dat hem verplicht tot geheimhouding.

De rechter-commissaris heeft vervolgens de dossiers onderzocht via een forensisch geneeskundige om te beoordelen of de inhoud van de dossiers kon bijdragen aan de waarheidsvinding. Uit het onderzoek bleek dat de dossiers geen relevante informatie bevatten die de vragen van de officier van justitie konden beantwoorden.

Daarom werd geoordeeld dat het belang van waarheidsvinding niet zwaarder weegt dan het verschoningsrecht van de huisarts. De vordering ex artikel 105 Sv Pro werd niet-ontvankelijk verklaard en de huisarts is niet verplicht de dossiers af te geven.

Deze beslissing bevestigt het belang van het verschoningsrecht van de huisarts en de zorgvuldige afweging tussen geheimhouding en waarheidsvinding in strafrechtelijke procedures.

Uitkomst: De vordering tot afgifte van medische dossiers is afgewezen vanwege het verschoningsrecht van de huisarts en het ontbreken van bijdrage aan de waarheidsvinding.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

rechter-commissaris in strafzaken
Zittingsplaats Roermond
rc-nummer : 18/845
parketnummer : 03/721019-18
datum : 16 december 2019
Beschikking ex artikel 105 Sv Pro
Beslissing op beroep verschoningsrecht n.a.v. vordering ex artikel 126nf Sv na voorafgaande schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris
In de strafzaak tegen de verdachte:
naam : [verdachte]
voornamen : [verdachte]
geboren op : [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats]
adres : Z.V.W.O.V.H.T.L
thans verblijvende te PPC Vught

1.De procedure

Op 23 april 2019 heeft de officier van justitie op grond van artikel 126nf Sv van de heer H.R.M. Schiffelers, huisarts te Simpelveld, hierna te noemen: de huisarts, de afgifte gevorderd van de medische dossiers van verdachte en diens moeder, mevrouw [naam] . De officier van justitie heeft daartoe bij beslissing van dezelfde datum machtiging van de rechter-commissaris ontvangen.
De huisarts heeft de stukken na uitvoerige correspondentie met politie en justitie niet afgegeven, zich hierbij beroepend op zijn verschoningsrecht.
Gelet op dit standpunt van de huisarts heeft de officier van justitie op 6 november 2019 op grond van artikel 105 Sv Pro gevorderd dat de rechter-commissaris de huisarts beveelt tot uitlevering van de betreffende stukken. Deze vordering is op 8 november 2019 ter griffie ingekomen.
Ten vervolge op de eerste vordering ex artikel 126nf Sv heeft de huisarts, na hierover telefonisch te zijn benaderd door de rechter-commissaris, de betreffende stukken op
3 december 2019 in twee gesloten enveloppen overhandigd aan de rechter-commissaris. De huisarts heeft daarbij gepersisteerd bij zijn eerder gedane beroep op het verschoningsrecht. De rechter-commissaris heeft de betreffende gesloten enveloppen vervolgens bewaard in zijn kluis.
Daarop heeft de rechter-commissaris de gesloten enveloppen ter hand gesteld van L.J.H. van Hooren, forensisch geneeskundige, en hem verzocht te onderzoeken of de inhoud van de medische dossiers antwoord geeft of kan geven op de vragen van de officier van justitie (zie hierna in de bijlage).
Na bestudering van de dossiers heeft de forensisch geneeskundige zijn bevindingen gerapporteerd in zijn brief aan de rechter-commissaris van 4 december 2019, ter griffie ingekomen op 16 december 2019.
Ten slotte zijn de medische dossiers weer teruggegeven aan de huisarts.

2.De beoordeling

2.1.
Nu de officier van justitie reeds een vordering ex artikel 126nf Sv heeft ingediend, komt aan de daarna ingediende vordering ex artikel 105 Sv Pro geen zelfstandige betekenis meer toe. Derhalve zal de officier van justitie in die laatste vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
2.2.
Wat betreft de vordering ex artikel 126nf Sv het volgende. Voorop gesteld zij dat de huisarts dient te worden aangemerkt als een verschoningsgerechtigde in de zin van artikel 218 Sv Pro. Gelet hierop is deze niet verplicht te voldoen aan de vordering tot afgifte van de medische dossiers, voor zover dit met zijn plicht tot geheimhouding in strijd zou zijn (zie ECLI:NL:HR:2012:BT7126).
2.3.
De vraag die de rechter-commissaris heeft te beantwoorden is of de huisarts zich gerechtvaardigd op die plicht mocht beroepen. Dit beroep dient te worden gepasseerd, indien sprake is van zo uitzonderlijke omstandigheden, dat het aan de huisarts toekomende verschoningsrecht moet wijken voor het belang van de waarheidsvinding.
2.4.
Teneinde aan het laatstbedoelde belang te kunnen toetsen, heeft de rechter-commissaris door tussenkomst van de forensisch geneeskundige onderzocht of de inhoud van de medische dossiers kan bijdragen aan de waarheidsvinding. Nu zulks niet het geval is, waartoe de rechter-commissaris kortheidshalve verwijst naar voormelde brief van de forensisch geneeskundige van 4 december 2019 (zie bijlage) – in beide dossiers staat geen informatie die kan bijdragen aan beantwoording van de vragen van de officier van justitie – kan aan het belang van de waarheidsvinding geen betekenis worden toegekend. Gelet hierop is de huisarts niet verplicht te voldoen aan de vordering tot afgifte van de medische dossiers, nu dit met zijn plicht tot geheimhouding in strijd is.

3.De beslissing

De rechter-commissaris:
verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering ex artikel 105 Sv Pro;
verstaat dat de huisarts niet verplicht is te voldoen aan de vordering tot afgifte van de medische dossiers van verdachte en mevrouw [naam] , nu dit met zijn plicht tot geheimhouding in strijd is.
De rechter-commissaris,
mr. Th.A.J.M. Provaas