Uitspraak
17.Het beroep van eiseres is ongegrond.
18.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 april 2019.
Rechtbank Limburg
Eiseres, werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen, werd wegens ernstige psychische klachten en volledige arbeidsongeschiktheid eervol ontslagen. Na twee jaar ziekte en een WIA-uitkering oordeelde de bedrijfsarts dat herstel binnen zes maanden niet te verwachten was. Verweerder stelde dat herplaatsing niet mogelijk was vanwege de gezondheidstoestand van eiseres en mislukte re-integratiepogingen.
Eiseres voerde aan dat er onvoldoende re-integratie-inspanningen waren verricht en dat passende functies binnen de organisatie beschikbaar waren. De rechtbank stelde vast dat verweerder zich terecht baseerde op medische adviezen en het UWV-rapport, en dat het verrichten van arbeid voor eiseres louter hypothetisch was.
De rechtbank concludeerde dat verweerder bevoegd was tot ontslag op grond van artikel 98 ARAR Pro, omdat aan de voorwaarden van ongeschiktheid, geen herstel binnen zes maanden en geen reële herplaatsingsmogelijkheden was voldaan. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het eervol ontslag wegens ongeschiktheid door ziekte wordt ongegrond verklaard.