Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) dat de verdachte haar drie keer heeft beschoten en dat ze drie keer is geraakt;
- op de plaats delict is onderzoek verricht door de Forensische Opsporing. Op de grond werd een niet gebruikte patroon van het kaliber .22 aangetroffen. Hierop is DNA-materiaal aangetroffen dat overeenkomt met het DNA-profiel van verdachte;
- van verdachte werden na zijn aanhouding schiethanden afgenomen; het NFI concludeert dat het zeer veel waarschijnlijker is dat er schotresten zijn aangetroffen dan dat dit niet het geval is. In de auto van verdachte werden handschoenen aangetroffen. Ook over deze handschoenen concludeert het NFI dat het zeer veel waarschijnlijker is dat er schotresten zijn aangetroffen dan dat dit niet het geval is;
- de verklaring van de verdachte van 1 mei 2018 waarin hij toegeeft dat hij degene is geweest die op [slachtoffer] heeft geschoten.
Verder heeft de verdachte bekend de op het hulpgeroep van het slachtoffer afgekomen wandelaars weggejaagd te hebben met zijn geweer. Na de beschieting heeft de verdachte de plaats van het schieten verlaten. Later die dag werd hij bij zijn woning in [woonplaats verdachte] aangehouden door de politie. Mede op aanwijzing van de verdachte heeft de politie in (de tuin van) zijn woning wapens gevonden die in beslag zijn genomen. Het wapen dat hij bij de beschieting heeft gebruikt, heeft de politie niet teruggevonden.
De rechtbank zal eerst ingaan op de bewijsmiddelen.
[getuige 2] tijdens een wandeling in Vijlen een soort van angstgeroep hoorde en direct erna een schot. Het waren een of twee schoten. Daarna leek het alsof iemand om hulp riep. Vlak daarna of gelijktijdig hoorde ze weer een schot. Daarna werd het stil en zij liep met haar vriend over het wandelpad richting de oprit van een vakantiehuisje, alwaar ze links op de oprit bij een boom een persoon in een foetushouding zag liggen. Rechts van de oprit zag ze een persoon staan. Hij droeg een bivakmuts en was geheel in het donker gekleed. De persoon richtte een geweer op haar en haar vriend en gebaarde dat ze weg moesten gaan. Ze liepen toen door en haar vriend belde onderweg de politie. [8]
kleren in was. Gezicht wassen / Handy mee”;
voor aankomst nr plaat / spiegel”;
19 februari 2018 heeft geprobeerd [slachtoffer] te vermoorden door meermaals met een geweer op haar (boven)lichaam te schieten.
primair
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
31 mei 2018 over de geestvermogens van de verdachte een rapport uitgebracht. Zij concluderen dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar is.
6.De straf
Het handelen van de verdachte heeft daarnaast grote psychische impact op het slachtoffer gehad, waarvoor zij nog steeds hulp krijgt. Het slachtoffer heeft gebruik gemaakt van haar spreekrecht. Uit haar verklaring blijkt de impact van het handelen van de verdachte. Indruk maakt hoe [slachtoffer] zich door het handelen van de verdachte de kwetsbaarheid maar ook de waarde van het leven lijkt te realiseren en het mogen leven nu omarmt.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
€ 1.100,00. Gelet hierop wordt aan materiële schade gevorderd een bedrag van € 13.563,29.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor het onder primair tenlastegelegde met parketnummer 03/702007-18 en de onder parketnummer 03/700250-18 tenlastegelegde feiten 1, 2 en 3 tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij
- wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen
- wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat, daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat (in zoverre) komt te vervallen.