Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
wettigbewijs voor beide bestanddelen is in het dossier wel voorhanden. De verdachte had een bijl in zijn fietstas en heeft zelf tegen een politieagent gezegd dat hij daar [slachtoffer] “zijn kop mee in zou slaan”.
de overtuigingheeft dat de verdachte écht de intentie had om die dag [slachtoffer] met een bijl te lijf te gaan. Anders dan de officier van justitie heeft de rechtbank die overtuiging niet. De rechtbank heeft daarbij het volgende in aanmerking genomen.
4.Het beslag
5.De beslissing
- 1: een mes;
- 2: een mes;
- 3: een bijl;
- 4: een stuk gereedschap;