Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de man, bijgestaan door mr. Gerrits;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Barenbrug;
2.De beoordeling
- de erfenis van vrouw en het vergoedingsrecht;
- de eenmanszaak en daarmee samenhangend de [adres gemeenschappelijke woning verzoeker en verweerster] , de zakelijke bankrekening, de vordering van Interpolis, de schuld aan Solid BV en [B] ;
- de inboedel;
- de schuld aan de tante van € 100.000,=;
- de bankrekeningen;
- de declaratie advocaatkosten van de vrouw;
- de shopper met contanten;
- de belastingaanslagen/teruggaven.
uit hoofde van de maatschap. Los daarvan staat het vergoedingsrecht dat de vrouw claimt uit hoofde van de afwikkeling van het huwelijksvermogen. Uit de door de vrouw overgelegde bankafschriften blijkt dat de vrouw op 9 januari 2009 van haar privérekening eindigend [rekeningnummer 1] € 40.000,- heeft overgemaakt naar Rabo rekeningnummer eindigend op [rekeningnummer 4] rekening van de maatschap) en dat van die rekening op 12 januari 2009 de factuur van [bedrijfsnaam 3] is voldaan. Daarmee heeft de vrouw naar het oordeel van de rechtbank aangetoond dat zij met privévermogen heeft geïnvesteerd in gemeenschappelijk vermogen van partijen. Dat betekent dat de vrouw een volgens het tot 1 januari 2012 geldende recht nominale vordering heeft op de gemeenschap van € 40.000,= dan wel indien het gemeenschappelijk vermogen onvoldoende is van € 20.000,= op de man (zie Hoge Raad 15 september 2017 ECLI:Hoge Raad:2017:2385).