Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3],
1.De procedure
- de dagvaarding van 14 januari 2019, met producties,
- de brief van 17 januari 2019 van SML, met productie,
- de brief van 22 januari 2019 van [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] , met producties,
- de mondelinge behandeling van 24 januari 2019, met de overlegde en tot en met de derde alinea van pagina 2 voorgedragen pleitaantekeningen van [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] .
2.De feiten
3.Het geschil
€ 30.000,00;
‘s-Hertogenbosch van 4 oktober 2018 ten uitvoer te kunnen leggen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag of dagdeel dat gedaagden hieraan niet of gebrekkig voldoen, met een maximum van € 30.000,00;
4.De beoordeling
5.De beslissing
€ 15.000,00;