Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 oktober 2019 in de zaak tussen
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Limburg
De ex-werknemer was sinds 1989 werkzaam bij de eiseres en meldde zich op 30 oktober 2017 ziek vanwege rugklachten. Na ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen, weigerde verweerder aanvankelijk een Ziektewet-uitkering toe te kennen op grond van een vermeende benadelingshandeling.
Verweerder stelde dat de gedragingen dateren van vóór 1 januari 2018 en dat de weigering op grond van artikel 45 ZW Pro niet van toepassing is vanwege het legaliteitsbeginsel. Eiseres stelde dat de gedragingen doorliepen tot 2018 en dat de weigering terecht was.
De rechtbank oordeelde dat de incidenten met vrouwelijke studenten dateren van vóór de eerste ziektedag en dus geen benadelingshandeling tijdens ziekte vormen. Ook de houding van de ex-werknemer tijdens de ontbindingsprocedure kon niet als benadelingshandeling worden aangemerkt.
Daarom was de weigering van de ZW-uitkering onterecht. Verweerder had het primaire besluit moeten herroepen en een nieuwe beslissing nemen. De rechtbank herroept het primaire besluit en kent de ZW-uitkering toe vanaf 12 juli 2018. Tevens worden griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoed.
Uitkomst: De rechtbank herroept het primaire besluit en kent de Ziektewet-uitkering toe vanaf 12 juli 2018.