ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens stagnatie re-integratie en ontbinding arbeidsovereenkomst
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en viel uit wegens pijnklachten aan haar rechtervoet. Na een operatie hervatte zij haar werk in aangepaste vorm, maar er ontstonden conflicten over de passendheid van de aangeboden werkzaamheden. Het UWV concludeerde op verzoek van de werkgever dat appellante onvoldoende re-integratie-inspanningen leverde en dat de aangeboden werkzaamheden passend waren.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 maart 2011, waarna appellante terugviel op de Ziektewetuitkering. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellante herhaaldelijk de re-integratie had belemmerd, wat een benadelingshandeling opleverde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het bedrijfsartsrapport niet was meegewogen en dat de werkzaamheden niet passend waren. De Raad oordeelde dat het rapport juist bevestigde dat lichte werkzaamheden in eigen tempo passend waren en dat appellante geen verwijtbaarheid kon ontkomen. De Raad bevestigde dat het UWV terecht de uitkering weigerde wegens schending van re-integratieverplichtingen en benadeling van het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering wegens stagnatie in de re-integratie en ontbinding van de arbeidsovereenkomst.