Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
[vergunninghouder], te [vestigingsplaats]
Procesverloop
Overwegingen
Het plangebied valt in ‘bebouwd gebied’, meer specifiek in ‘stedelijk centrum’. Deze zone is bedoeld voor de grotere binnensteden. Gekenmerkt door een mix aan functies die deze gebieden een vitaal, stedelijk karakter geeft. Deze gebieden zijn cruciaal voor de ontwikkelingskracht en uitstraling van Limburg. De accenten liggen op de ontwikkeling van het centrum-stedelijk woonmilieu, bovenregionaal verzorgend centrum voorzieningen en detailhandel, multimodaal bereikbaar en cultuurhistorie. Het gebied beval allerlei functies en is gemengd en stedelijk van aard. De voorgenomen ontwikkeling (…) past in het karakter van het gebied.”
Vanwege de vaststelling van POL 2014 is een nieuw hoofdstuk Ruimte aan de Omgevingsverordening toegevoegd. Dat hoofdstuk Ruimte is gericht op de doorwerking van het ruimtelijk beleid van POL 2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. (…). Het hoofdstuk Ruimte bevat uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen en die in acht moeten worden genomen bij het vaststellen van bestemmingsplannen en bepaalde omgevingsvergunningen. Voor de planontwikkeling zijn geen specifieke bepalingen uit de verordening van belang.”
Conform de gemeentelijke parkeernormen dient de ontwikkelaar te voldoen aan de volledige parkeereis, inhoudende één parkeerplaats per hotelkamer. Omdat het niet mogelijk is deze parkeerplaatsen te realiseren binnen het exploitatiegebied dient de exploitant van het hotel vóór ingebruikname van het hotel een langjarige overeenkomst van minimaal 10 jaar aan te gaan inzake de inkoop van waardekaarten bij een parkeergarage in de directe omgeving van het hotel. Het hotel biedt 24 uur per dag, 7 dagen in de week een valet-service aan alle gasten van het hotel. In de [straat 2] worden twee valetplaatsen voorzien. De exploitant van het hotel zal er organisatorisch voor zorgdragen dat deze twee parkeerplaatsen voldoende zijn. (…). De exploitant van het hotel zorgt voor de verplaatsing van het voertuig naar de definitieve parkeerplaats (bij het inchecken) en van de definitieve parkeerplaats naar de valetplaats (bij het uitchecken)”.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 174,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.050,-
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 december 2020.