Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
hierna te noemen: betrokkene,
Rechtbank Limburg
Betrokkene maakte beroep tegen een crisismaatregel opgelegd door de burgemeester van Weert op grond van artikel 7:6 Wvggz Pro. De rechtbank behandelde het beroep en hoorde partijen op 13 februari 2020.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene niet tijdig een afschrift van de crisismaatregel had ontvangen, hetgeen in strijd is met artikel 7:2 lid 2 Wvggz Pro. Tevens was onvoldoende onderbouwd dat betrokkene voorafgaand aan het besluit door de burgemeester was gehoord, zoals vereist in artikel 7:1 lid 3 sub b Wvggz Pro. Deze twee gronden verklaarde de rechtbank gegrond.
Andere bezwaren, zoals het gebruik van Skype voor medisch onderzoek, het optreden van de politie en de doelmatigheid van de maatregel, werden ongegrond verklaard. De rechtbank wees ook het verzoek om een hogere schadevergoeding af, maar kende een billijke vergoeding van €200 toe voor de procedurele tekortkomingen.
De beschikking werd op 25 februari 2020 uitgesproken door rechter L. Bastiaans. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard wegens niet ontvangen beschikking en onvoldoende horen, met een schadevergoeding van €200 toegekend.