Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.De ontvankelijkheid van het beroep
qualitate qua) verweer kan voeren in de art. 7:6 Wvggz Pro-procedure en dat de burgemeester, indien hij in persoon of vertegenwoordigd bij de rechtbank is verschenen, zoals in dit geval, zelfstandig (incidenteel) beroep in cassatie kan instellen. Ik acht daarom ook het incidenteel cassatieberoep ontvankelijk.
Bespreking van het principaal cassatiemiddel en van onderdeel I van het incidenteel cassatiemiddel (Skype-gebruik bij psychiatrisch onderzoek)
in een direct contact spreekt en observeert. [9] De Hoge Raad heeft daarbij het voorbehoud gemaakt dat niet kan worden aanvaard dat indien direct contact niet of slechts in beperkte mate mogelijk is, als gevolg van weigering van de betrokkene om daaraan mee te werken, geen machtiging zou kunnen worden verleend. In zo’n geval moet de psychiater in zijn verklaring uiteenzetten waarom hij de betrokkene niet of slechts in een beperkte mate heeft kunnen onderzoeken en op welke gronden hij, mede aan de hand van van derden verkregen informatie, niettemin tot de slotsom is gekomen dat betrokkene gestoord is in zijn geestvermogens en dat een geval als bedoeld in art. 2 (oud) Wet Bopz zich voordoet. Vervolgens zal de rechtbank dienen na te gaan of de psychiater datgene heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem kon worden verwacht om het door de wet vereiste onderzoek te doen plaatsvinden. Voorts zal de rechtbank behoren na te gaan of, ondanks de aan de verklaring klevende beperking, voldoende is komen vast te staan dat betrokkene gestoord is in zijn geestvermogens en dat een geval als bedoeld in artikel 2 Wet Pro Bopz zich voordoet. [10]
emergency cases”. In het arrest Varbanov/Bulgarije (par. 47) overwoog het EHRM:
The particular form and procedure in this respect may vary depending on the circumstances. It may be acceptable, in urgent cases or where a person is arrested because of his violent behaviour, that such an opinion be obtained immediately after the arrest. In all other cases a prior consultation should be necessary. Where no other possibility exists, for instance due to a refusal of the person concerned to appear for an examination, at least an assessment by a medical expert on the basis of the file must be required, failing which it cannot be maintained that a person has reliably been shown to be of unsound mind (cf. the X v. the United Kingdom judgment of 5 November 1981, Series A no. 46).”
reliably shown to have been of unsound mind”).
online-verbinding met mogelijkheden voor ‘videoconferentie’. Dit veronderstelt dat de patiënt zijn medewerking hieraan verleent en de beschikking heeft of kan krijgen over de daarvoor benodigde apparatuur. Verder veronderstelt dit dat de verbinding technisch niet hapert en voldoende beveiligd is in verband met privacyrisico’s. De voordelen van deze communicatievormen liggen voor de hand (zoals bijv. besparing van reistijd en reiskosten voor de gespreksdeelnemers; ook kan men gemakkelijker een specialist buiten de eigen regio en, zo nodig, een tolk inschakelen). Veel patiënten, maar zeker niet alle, zijn vertrouwd met het gebruik van de hiervoor benodigde apparatuur.
fysiekcontact mag uitvoeren, als een onderzoek met beeldbellen volgens de toepasselijke nationale kwaliteitsstandaarden en internationale wetenschappelijke inzichten toelaatbaar, en dus kennelijk niet onzorgvuldig, wordt geacht.” (voetnoten weggelaten in dit citaat).
Principle 4van de
Principles for the protection of persons with mental illness and the improvement of mental health care(1991). [16]
Winterwerp v. the Netherlands, cited above, § 40,
Luberti v. Italy, 23 February 1984, § 27, Series A no. 75, and more recently,
Witek v. Poland, no. 13453/07, § 39, 21 December 2010). It is not the Court’s task to reassess various medical opinions, which would fall primarily within the competence of national courts; however, it must ascertain for itself whether the domestic courts, when taking the contested decision, had at their disposal sufficient evidence to justify the detention (see
Herz v. Germany, no. 44672/98, § 51, 12 June 2003). Deference is greater if it is a case of emergency detention.” [18]
e-Health’het zogenaamde ‘beeldbellen’ is aanvaard als een werkmethode die door psychiaters kan worden toegepast, wil niet zeggen dat bij het psychiatrisch onderzoek met het oog op mogelijke vrijheidsontneming de eis van een direct persoonlijk contact tussen onderzoeker en onderzochte niet zou mogen worden gesteld. Ook wijst ook het onderscheid dat het EHRM maakt tussen enerzijds ‘
an assessment by a medical expert on the basis of the file’en anderzijds het ‘
to appear for an examination’(zie alinea 3.6 hiervoor), in de richting dat het EHRM een persoonlijk onderzoek van de patiënt door een medisch specialist als hoofdregel voor ogen heeft. Onderdeel I van het incidenteel middel faalt om deze redenen.
principaal cassatiemiddelhoudt in dat de in alinea 3.11 hiervoor geciteerde overweging en de daarop gebaseerde beslissing van de rechtbank onjuist zijn, althans onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd, gelet op de feiten en gelet op art. 7:1 lid 3 onder Pro a, Wvggz in verbinding met art. 5, lid 1 onder e, EVRM. Het middel omvat zes onderdelen.
Onderdeel 1dient slechts ter inleiding en bevat geen klacht.
no other possibility exists, for instance due to a refusal of the person concerned to appear for an examination”,mag de psychiater volgens het arrest Varbanov/Bulgarije volstaan met een beoordeling op basis van het dossier, mits de patiënt onmiddellijk na de vrijheidsontneming alsnog wordt onderzocht door een psychiater. De rechtsklacht stuit hierop af.
4.Bespreking van het incidenteel cassatiemiddel (onderdelen II en III)
Onderdeel II: de hoorplicht in art. 7:1, lid 3 onder b, Wvggz
redenwaarom betrokkene niet wilde worden gehoord. Kennelijk verlangt de rechtbank dit, om te kunnen beoordelen of de burgemeester een goede belangenafweging heeft kunnen maken. In dat geval heeft de rechtbank miskend dat een burgemeester uitsluitend toetst of aan de criteria van art. 7:1 Wvggz Pro is voldaan; in die criteria is niet voorzien in een belangenafweging door de burgemeester. Dat was ook niet door betrokkene gesteld; in zoverre is de rechtbank buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden.
waiver’) wanneer het gaat om afstand van een fundamenteel recht: in dat geval vereist het EHRM dat de afstand ‘vrijwillig’ en ‘ondubbelzinnig’ geschiedt. De rechtbank heeft niet van de burgemeester gevergd dat, als de weigering komt vast te staan, de burgemeester ook het (achterliggende) motief van betrokkene voor die weigering achterhaalt.
onderdeel III van het incidenteel cassatiemiddelklaagt de burgemeester als volgt:
jegens betrokkenekon voldoen door het afschrift van de crisismaatregel (niet rechtstreeks aan haar af te geven of toe te zenden, maar) beschikbaar te stellen via haar advocaat als haar procesvertegenwoordiger. Vanzelfsprekend kan de advocaat vervolgens dat afschrift delen met de eigen cliënt(e), maar dat is niet de vraag die thans voorligt.
Tijdens het voorbereidend onderzoekmoet volgens art. 4 van Pro eerstgenoemd besluit − in strafzaken − aan de verdachte of aan de raadsman de mogelijkheid tot kennisneming worden geboden; dat mag met behulp van een elektronische voorziening. Wanneer de
fase van de dagvaarding en het onderzoek ter terechtzittingis bereikt, geeft art. 20, lid 2 onder b, Besluit orde van dienst gerechten de regel dat betrokkene aantekeningen uit de stukken mag maken. In art. 21 van Pro dat besluit is bepaald dat aan de raadsman een afschrift van de processtukken wordt verstrekt waarvan de kennisneming wettelijk is toegestaan.
de advocaat. Slechts indien de betrokkene bedenkingen heeft geuit tegen toevoeging van een advocaat (lid 3), behoort de burgemeester via een daartoe geschikt medium die informatie te verstrekken aan betrokkene zelf. Het oordeel van de rechtbank dat de burgemeester niet heeft voldaan aan zijn verplichting ingevolge art. 7:2 lid 2 Wvggz Pro, getuigt om die reden van een onjuiste rechtsopvatting; althans is dit onbegrijpelijk. Tot zover de klacht.