ECLI:NL:RBLIM:2020:1846
Rechtbank Limburg
- Wraking
- R.M.M. Kleijkers
- G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe
- M.B.T.G. Steeghs
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek tegen wrakingskamer wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid
Verzoekster, een besloten vennootschap, heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de leden van de wrakingskamer die haar eerdere wrakingsverzoek zou behandelen. Zij stelde onder meer dat de samenstelling van de wrakingskamer niet was meegedeeld en dat haar verzoeken om processtukken en getuigenverhoor niet waren ingewilligd.
De wrakingskamer oordeelt dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het wrakingsverzoek is ingediend met een ander doel dan waarvoor wraking is bedoeld, namelijk het vertragen van de procedure. Het verzoek is bovendien laat ingediend, namelijk een dag voor de zitting over het eerdere wrakingsverzoek.
De wrakingskamer verwijst naar een arrest van de Hoge Raad waarin is bepaald dat bij evident misbruik van recht een wrakingskamer een wrakingsverzoek tegen haar eigen leden buiten behandeling kan stellen zonder het aan een andere wrakingskamer voor te leggen.
De wrakingskamer concludeert dat de aangevoerde gronden geen aanwijzing geven voor rechterlijke partijdigheid en dat het verzoek niet voldoet aan de vereisten van artikel 36 Rv Pro. Daarom wordt het wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld en niet doorgegeven aan een andere wrakingskamer.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2020 en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid en misbruik van recht.