ECLI:NL:RBLIM:2020:2149
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking exploitatie- en drank- en horecavergunning wegens bibob-advies
Verweerder heeft op basis van een negatief bibob-advies van 11 oktober 2019 de exploitatie- en drank- en horecavergunningen van verzoekster ingetrokken. Dit advies was mede gebaseerd op een vermoeden van overtreding van de Opiumwet, waarbij sprake zou zijn van een zakelijk samenwerkingsverband tussen verzoekster en een derde partij die betrokken zou zijn bij een hennepdrogerij en hennepkwekerij.
Verzoekster maakte bezwaar tegen deze besluiten en vroeg de voorzieningenrechter om voorlopige voorziening. Zij overhandigde een kennisgeving sepot van de officier van justitie waarin werd gesteld dat onvoldoende bewijs bestaat voor haar betrokkenheid bij de vermeende overtredingen. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bij heroverweging van de besluiten niet mag uitgaan van voldoende aannemelijkheid van de overtreding door verzoekster en de feiten en omstandigheden opnieuw moet beoordelen.
Gezien de onzekerheid over de uitkomst van die beoordeling en de belangenafweging tussen verzoekster en verweerder, besloot de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit betekent dat de intrekking van de vergunningen wordt geschorst totdat op de bezwaren is beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de intrekking van de vergunningen geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.