Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
volta solar b.v.,
1.De procedure
- het op 6 maart 2020 ter griffie ontvangen verzoekschrift
- het verweerschrift
- de mondelinge behandeling van de zaak ter zitting van 19 mei 2020.
Rechtbank Limburg
Verzoeker was vanaf 8 januari 2018 werkzaam bij Volta Solar BV, aanvankelijk als uitzendkracht en later op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 7 januari 2020. In de derde week van november 2019 heeft verzoeker via een teammanager van Volta een arbeidsovereenkomst bij een andere werkgever aanvaard, waar hij aansluitend na het einde van zijn dienstverband bij Volta in dienst is getreden.
Volta heeft verzoeker niet schriftelijk geïnformeerd over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst zoals vereist in artikel 7:668 lid 1 BW Pro. Verzoeker vordert daarom betaling van de aanzegvergoeding ex artikel 7:668 lid 3 BW Pro en het resterende deel van de transitievergoeding ex artikel 7:673 BW Pro.
De kantonrechter oordeelt dat toekenning van de aanzegvergoeding onaanvaardbaar is omdat beide partijen al in november 2019 wisten dat verzoeker elders een baan had aanvaard, waardoor het informeren over het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst geen reëel doel meer diende. De aanzegvergoeding wordt daarom afgewezen. Wel erkent Volta de verschuldigdheid van het resterende deel van de transitievergoeding en wordt deze met rente toegewezen.
De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De aanzegvergoeding wordt afgewezen, maar Volta moet het resterende deel van de transitievergoeding met rente betalen.