ECLI:NL:RBLIM:2020:6178
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontrekking natuurvergunning wegens onjuiste aanvraag en strijd met wettelijke voorschriften
De rechtbank Limburg heeft op 19 augustus 2020 uitspraak gedaan in drie bestuursrechtelijke zaken betreffende de intrekking en handhaving van natuurvergunningen voor een melkveehouderij en de aanleg van de Buitenring Parkstad Limburg.
Verweerder had de natuurvergunning verleend op basis van een aanvraag die volgens hem onjuiste of onvolledige gegevens bevatte, en stelde dat de vergunning in strijd met wettelijke voorschriften was verleend zonder passende beoordeling. De rechtbank oordeelde dat eiser geen onjuiste informatie had verstrekt, aangezien het ging om locatie- en activiteitgebonden beoordeling en niet om wie de veehouderij exploiteerde. Tevens was de vergunning verleend voordat de Provincie de Buitenring in gebruik nam, waardoor de noodzaak van een passende beoordeling pas achteraf ontstond.
De rechtbank vernietigde het intrekkingsbesluit van 6 oktober 2016 en oordeelde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De beroepen tegen de weigering tot intrekking van de vergunning van 18 juni 2013 en tegen de weigering tot preventieve handhaving werden ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten voor eiser.
Uitkomst: Intrekking natuurvergunning vernietigd en nieuw besluit vereist; overige beroepen ongegrond.