ECLI:NL:RBLIM:2020:6281
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden meervoudige strafkamer rechtbank Limburg
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de leden van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Limburg, stellende dat procesbeslissingen onbegrijpelijk waren en een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond.
De wrakingskamer beoordeelde dat de aangevoerde gronden vooral gericht waren tegen procesbeslissingen, welke volgens vaste jurisprudentie geen grond voor wraking kunnen vormen, ook niet bij gebrekkige motivering.
De kamer oordeelde dat noch subjectieve noch objectieve aanwijzingen voor partijdigheid aanwezig waren. De persoonlijke negatieve bejegening van de raadsman kon niet worden toegerekend aan verzoeker zelf.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bevestigd dat procesbeslissingen niet als wrakingsgrond kunnen dienen zonder zwaarwegende aanwijzingen van vooringenomenheid.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de meervoudige strafkamer is afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.