ECLI:NL:RBLIM:2020:6282
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden meervoudige strafkamer rechtbank Limburg
Op 17 februari 2020 diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de leden van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Limburg, wegens vermeende vooringenomenheid en onbegrijpelijke procesbeslissingen. De wrakingskamer ontving schriftelijke reacties en behandelde het verzoek mondeling op 21 juli 2020, waarbij ook raadsheren, officier van justitie en raadsman van medeverdachten aanwezig waren.
De raadsman van verzoeker stelde dat de rechters stelselmatig verzoeken tot getuigenverhoor en nader onderzoek afwezen zonder voldoende motivering, wat de schijn van vooringenomenheid wekte in strijd met artikel 6 EVRM Pro. De rechters en officier van justitie verwezen naar jurisprudentie van de Hoge Raad die stelt dat onwelgevallige procesbeslissingen geen grond voor wraking vormen, ook niet bij gebrekkige motivering.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van subjectieve en objectieve criteria voor rechterlijke partijdigheid. Er was geen enkele aanwijzing voor subjectieve partijdigheid en ook geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. De persoonlijke ervaring van de raadsman met de rechtbank werd erkend maar niet toegerekend aan verzoeker. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
De beslissing werd op 31 juli 2020 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Limburg, bestaande uit voorzitter R.A.J. van Leeuwen en leden C.M.J. van den Acker en J.M.E. Kessels.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de meervoudige strafkamer is afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.