Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 september 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
[belanghebbende 1]en
[belanghebbende 2], te [woonplaats] .
Rechtbank Limburg
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een grondwal op zijn terrein. Verweerder heeft het primaire besluit ingetrokken en een nieuw ontwerpbesluit genomen, waarbij opnieuw op de initiële aanvraag is beslist. Eiser stelde dat verweerder ten onrechte niet op een gewijzigde planopzet heeft beslist.
De rechtbank overweegt dat de gewijzigde aanvraag geen wijziging van ondergeschikte betekenis is, omdat nieuwe toetsingsaspecten aan de gewijzigde aanvraag verbonden zijn. Daarom was verweerder niet verplicht om deze wijziging in de lopende procedure mee te nemen. Eiser had een nieuwe aanvraag moeten indienen.
Daarnaast is vastgesteld dat een derde-partij, die binnen 100 meter van de projectlocatie woont en zicht heeft op de locatie, als belanghebbende kan worden aangemerkt. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard omdat de gewijzigde aanvraag niet in de lopende procedure kon worden meegenomen.