Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
.
3.De voorvragen
- de verklaringen van aangever [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) dat de verdachte hem bij de keel pakte, hij met kracht kneep en er een worsteling ontstond;
- de verklaring van [slachtoffer] dat de verdachte een week van tevoren tegen [slachtoffer] heeft gezegd dat hij een mes in de nek van [slachtoffer] zou gaan steken;
- de verklaring van getuige [getuige] die de worsteling ziet en hoort dat [slachtoffer] roept: “het mes het mes” en een mes ziet en de verdachte hoort zeggen dat hij dood moest;
- het proces-verbaal van bevindingen van de politie die op de melding afkomt. Verbalisanten treffen een mes aan en zien letsel aan de hals van [slachtoffer] .
- de in datzelfde proces-verbaal van bevindingen opgenomen waarneming van verbalisant [Naam 1] , die de verdachte hoorde zeggen dat de eigenaar van de winkel een oude smeerlap was en dat hij die avond thuis een mes had gepakt om in
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De maatregel
forensischpsychiatrische kliniek niet mogelijk, of zeer moeilijk te realiseren, ook niet indien een dergelijke machtiging door de strafrechter wordt afgegeven op grond van het bepaalde in artikel 2.3 van de Wet forensische zorg (Wfz). Ook stellen de deskundigen in de PBC-rapportage dat een forensische klinische behandeling van minimaal één jaar noodzakelijk is, terwijl een civiele zorgmachtiging slechts voor een half jaar kan worden afgegeven. Ook het noodzakelijk geachte langdurige toezicht na de klinische behandeling is via een civiele zorgmachtiging niet (op voorhand dwingend) te realiseren. De rechtbank zal dit advies dan ook niet volgen, nu dit naar haar oordeel onvoldoende waarborgen biedt dat de verdachte de behandeling krijgt die noodzakelijk is om het recidiverisico te beteugelen.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte daarvoor van alle rechtsvervolging;
- bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] ten aanzien van de materiële schade, niet ontvankelijk is en dat hij dit gedeelte van zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 875,-, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer] , van € 875,-, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 22 november 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 1 dag gijzeling, met dien verstande dat deze gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- mes;
- slagwapen.