Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 oktober 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2020.
Rechtbank Limburg
Op 11 april 2019 legde de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan eiser een onderzoek naar zijn rijvaardigheid op, naar aanleiding van een proces-verbaal van bevindingen van de politie van 27 februari 2019. Dit proces-verbaal vermeldde dat eiser op 25 februari 2019 door zijn lage snelheid, slingeren en onvolgen van politie-instructies opviel.
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit, dat werd afgewezen. Hij stelde onder meer dat de politiewaarnemingen onvoldoende concreet waren en dat hij het volgteken niet had gezien. Ook voerde hij aan dat zijn zus als getuige een betrouwbare verklaring gaf. De rechtbank oordeelde dat het vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid terecht was gebaseerd op het proces-verbaal, dat als betrouwbaar wordt beschouwd tenzij tegenbewijs wordt geleverd.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende tegenbewijs had geleverd om het vermoeden te ontkrachten. De verklaring van zijn zus werd vanwege de vertrouwensband niet zwaar meegewogen. De rechtbank concludeerde dat het onderzoek naar rijvaardigheid terecht was opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van het rijvaardigheidsonderzoek is ongegrond verklaard.