ECLI:NL:RVS:2017:179
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.W.M. Bijloos
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring van rijvaardigheid wegens vermoedelijke fraude bij rijexamen
Appellant behaalde in januari 2013 zijn rijbewijs via een rijschool in Den Helder. Medio 2014 ontving het CBR een anonieme melding over frauduleuze samenwerking tussen een examinator en diverse rijscholen, waaronder die van appellant. Uit onderzoek en politieonderzoek bleek dat de examinator in nauwe samenwerking met zes rijscholen kandidaten onterecht liet slagen tegen betaling.
Het CBR gebruikte negen indicatoren opgesteld door de politie om te bepalen welke kandidaten vermoedelijk onterecht waren geslaagd. Appellant werd geconfronteerd met vier indicatoren, waaronder het feit dat hij examen deed bij de verdachte examinator en via een verdachte rijschool, en dat de afstand tussen zijn woonplaats en de examenlocatie bijna 210 km bedroeg, wat uitzonderlijk was. Het CBR trok daarop de verklaring van rijvaardigheid in.
Appellant voerde aan dat het CBR onvoldoende bewijs had geleverd en dat de afstandsindicator niet redelijk was. De Afdeling oordeelde dat het CBR aannemelijk had gemaakt dat de verklaring ten onrechte was afgegeven en dat de indicatoren, inclusief het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal, mochten worden meegewogen. De keuze van appellant voor een rijschool ver weg werd niet aannemelijk geacht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de intrekking van de verklaring van rijvaardigheid bevestigd.