ECLI:NL:RBLIM:2020:8506
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking van rechters wegens onvoldoende grond voor vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters van de rechtbank Limburg, stellende dat de rechters vooringenomen zouden zijn vanwege bepaalde bewoordingen tijdens een regiezitting op 10 september 2020. De verdediging vond dat termen als “verhalen” en “geen belangstelling” een negatieve en afkeurende lading hadden, waarmee hun verzoeken niet serieus werden genomen.
De wrakingskamer heeft eerst getoetst of het verzoek tijdig was ingediend en oordeelde dat dit het geval was, aangezien het verzoek schriftelijk op dezelfde dag van de zitting werd ingediend en wraking een ingrijpend middel is dat enige beraad vereist.
Inhoudelijk heeft de wrakingskamer geoordeeld dat wraking alleen mogelijk is bij objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid. De kamer stelde vast dat de gebruikte termen in de context van de motivering van de beslissingen begrijpelijk waren en geen aanwijzing gaven voor partijdigheid. Ook het feit dat wraking geen verkapt rechtsmiddel is en dat beslissingen of motiveringen niet als grond voor wraking kunnen dienen, werd benadrukt.
Daarom wees de wrakingskamer het verzoek af en bevestigde dat de rechters onpartijdig hebben gehandeld binnen de grenzen van hun taak.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid.