Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- (eerste gedachtestreepje) duwen en/of brengen van de penis van verdachte in de anus en
- (tweede gedachtestreepje) duwen en/of brengen van de vinger in de vagina en
- (derde gedachtestreepje) duwen en/of brengen van de tong in de vagina en/of tussen de schaamlippen.
- het initiatief voor de eerste onthulling bij [naam slachtoffer] lag en niet bij haar moeder;
- [naam slachtoffer] al op 13 juli 2018 vertelde dat [naam slachtoffer 2] eerder uitspraken tegen [naam slachtoffer] had gedaan. Dit geeft [naam slachtoffer 2] zelf ook aan. Beiden verklaren dat dit plaatsvond in de badkamer bij opa en oma;
- er vóór het verhoor van 22 oktober 2018 door moeder en getuige [getuige 2] met [naam slachtoffer 2] is gesproken maar uit de processen-verbaal blijkt dat dit kennelijk geen heel gedetailleerde gesprekken waren over de vermeende seksuele handelingen. Er lijkt ook geen sprake te zijn geweest van aandringen of een sterk sturende vraagstelling.
- de verhoren in de kindvriendelijke verhoorstudio niet zodanig sturend van aard zijn dat de verklaring van [naam slachtoffer] en [naam slachtoffer 2] door een sturende bevraging tot stand zijn gekomen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
- het op zeer ernstige wijze misbruik maken van zijn eigen dochters en het alleen maar oog hebben voor zijn eigen lusten;
- de verregaande schending van lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers en de nadelige psychische gevolgen voor hen;
- dat de feiten zich thuis afspeelden; bij uitstek een plek waar deze jonge meisjes zich veilig zouden hebben moeten kunnen voelen;
- de ontkennende proceshouding van de verdachte en daardoor ieder gebrek aan spijt of inzicht in plaats van het nemen van zijn verantwoordelijkheid.
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart de onder 1. primair en onder 2. primair aan de verdachte tenlastegelegde bewezen, zoals dat hierboven onder
- spreekt de verdachte vrij van wat aan hem onder 1. primair of onder 2. primair meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert, zoals deze hierboven onder
- verklaart de verdachte daardoor strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering of in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
- wijst de vordering van de benadeelde partij
- verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [naam slachtoffer] , een bedrag van € 10.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 23 juni 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt de duur volgens welke met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering gijzeling kan worden toegepast op
- bepaalt dat, voor zover de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat, daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, voor zover de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten van deze procedure, die ten behoeve van de tenuitvoerlegging daaronder begrepen, aan de zijde van [naam slachtoffer] tot heden begroot op
- wijst de vordering van de benadeelde partij
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [naam slachtoffer] , een bedrag van € 15.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 23 juni 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt de duur volgens welke met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering gijzeling kan worden toegepast op
- bepaalt dat, voor zover de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat, daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, voor zover de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten van deze procedure, die ten behoeve van de tenuitvoerlegging daaronder begrepen, aan de zijde van [naam slachtoffer 2] tot heden begroot op
- verklaart de benadeelde partij
- compenseert de kosten van deze procedure, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.