Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
- feit 1. primair: op 31 mei 2017 in Landgraaf [slachtoffer] heeft vermoord;
- feit 1. subsidiair: [slachtoffer] , met vooropgezet plan, zwaar heeft mishandeld, waarbij [slachtoffer] om het leven is gekomen;
- feit 2.in juni 2018 een honkbalknuppel voorhanden heeft gehad ter voorbereiding op een (andere) moord, doodslag dan wel zware mishandeling.
3.De beoordeling van het bewijs
- de verklaringen van [medeverdachte 1] van en na 29 januari 2019 kennelijk leugenachtig, dan wel ongeloofwaardig zijn, terwijl zijn eerdere verklaringen, afgelegd direct na zijn aanhouding, wel authentiek zijn;
- de verklaringen van [medeverdachte 2] eveneens onbetrouwbaar zijn;
- de doodsoorzaak van het slachtoffer niet eenduidig vastgesteld kan worden;
- wat leidt tot de conclusie dat geen sprake is van voorbedachten rade, geen sprake is van opzet – al dan niet voorwaardelijk – op de dood of zware mishandeling en geen sprake is van medeplegen aan de zijde van de verdachte;
- voorts in het kader van feit 2: niet bewezen kan worden dat de honkbalknuppel die de verdachte had, bestemd was voor een misdrijf waarop een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld.
[verbalisant 3] en [verbalisant 4]waren als eerste ter plaatste en relateerden
sectieop het lichaam van het slachtoffer – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: [20]
(pg. 3218)
(pg. 3220)
pg. 3218-3219)
pg. 3220-3221)
pg. 3219)
pg. 3220)
pg. 3221)
bloedbeeldin de woning aan de [adres 1] te Landgraaf. Hierover is het volgende gerelateerd: [25]
bloedspoorinterpretatievan de plaats delict. Hij verklaarde hierover onder meer het volgende: [26]
verklaring van [verdachte], waarvan hij ter terechtzitting heeft bevestigd dat die daadwerkelijk zijn verklaring behelst, houdt – onder meer – het volgende in:
telefoongesprekplaats tussen de verdachte en [naam 1] . [30] Het verslag van dit gesprek vermeldt onder meer het volgende:
metalen honkbalknuppelin beslag genomen. Op vragen van de politie of verdachte nog wapens in huis had, wees verdachte naar de knuppel die was voorzien van de oorspronkelijke cellofaanfolie. In de woning werd geen honkbal-bal aangetroffen. [31]
onder 1. primair en 2.ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
onder 1. primairbewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:
onder 2.bewezenverklaarde overweegt de rechtbank als volgt.
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
LJNBD2578) zal de rechtbank de op te leggen straf matigen met – de volgens de Hoge Raad maximale strafvermindering van – zes maanden.
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen
[nabestaande 3]strekt tot vergoeding van 22.181,97 euro, bestaande uit:
[nabestaande 2]strekt tot vergoeding van 31.580,53 euro, bestaande uit:
[nabestaande 1]strekt tot vergoeding van 38.484,32 euro, bestaande uit:
- (primair) vrijspraak dient te leiden tot niet-ontvankelijkverklaring;
- (subsidiair) nader onderzoek naar de complexe vordering een onevenredige en onredelijke belasting van het strafproces is, omdat:
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het
- verklaart de verdachte strafbaar daarvoor strafbaar;
onder 2.bewezenverklaarde geen strafbaar feit is en ontslaat verdachte op dat onderdeel van alle rechtsvervolging;
- veroordeelt de verdachte voor
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
1.315,78 euro(bestaande uit materiële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 31 mei 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
5 dagen.De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
21.315,78 euro(bestaande uit 1.315,78 euro materiële schade en 20.000,00 euro immateriële shockschade), te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 31 mei 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
30 dagen. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
35.790,78 euro(bestaande uit 15.790,78 euro materiële schade en 20.000,00 euro immateriële shockschade), te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 31 mei 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
30 dagen. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;