Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
In deze zaak vordert Wonen Zuid de ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde] vanwege de aanwezigheid van hennep in de gehuurde woning, wat volgens hen in strijd is met de huurvoorwaarden en goed huurderschap. De aanleiding was een MMA-melding waarna de politie op 11 februari 2020 de woning doorzocht. Er werd een sterke hennepgeur waargenomen en een weegschaal aangetroffen, maar de hennep zelf werd bij de zoon van [gedaagde] in zijn auto gevonden.
De kantonrechter beoordeelt of er voldoende bewijs is dat de hennep daadwerkelijk in de woning aanwezig was. Uit de politie-rapportage blijkt dat geen goederen in beslag zijn genomen in de woning, hetgeen tegenstrijdig is met de aanwezigheid van hennep. De verklaring van de zoon ondersteunt dat de hennep in zijn auto lag. De enkele aanwezigheid van een weegschaal en een lege zak in de woning is onvoldoende om te concluderen dat de hennep in de woning was.
Verder is van belang dat de burgemeester heeft besloten geen sluiting van de woning op te leggen, wat de rechter als indicatie ziet dat er geen zwaarwegende overtreding is vastgesteld. Wonen Zuid slaagt er niet in te bewijzen dat er sprake was van handel of overlast vanuit de woning. De kantonrechter oordeelt dat de vordering tot ontbinding daarom moet worden afgewezen en veroordeelt Wonen Zuid in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van hennep in de woning.