Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- een brief d.d. 31 januari 2021 zijdens [eiser] met producties ten behoeve van de mondelinge behandeling
- de op 11 februari 2021 gehouden mondelinge behandeling, waarvan proces verbaal is opgemaakt.
Rechtbank Limburg
Partijen zijn ex-echtelieden die hebben geprocedeerd over de verdeling van de gemeenschap en specifiek over de woonlasten van de echtelijke woning. De vrouw had het exclusieve woonrecht en betaalde de hypotheeklasten, waarna zij de helft daarvan terugvorderde. De man stelde dat er een afspraak was dat zij de lasten volledig zou dragen en dat hij geen gebruiksvergoeding zou vorderen.
De rechtbank bevestigde de afspraak, maar het hof oordeelde anders en kende de vrouw de helft van de hypotheeklasten toe. De man stelde vervolgens een gebruiksvergoeding vordering in bij de kantonrechter, gelijk aan zijn aandeel in de hypotheeklasten over de periode dat hij geen gebruik kon maken van de woning.
De kantonrechter oordeelde dat de man recht heeft op een gebruiksvergoeding vanaf april 2016 tot en met december 2017, omdat hij door beschikking exclusief gebruik van de woning aan de vrouw was toegewezen en hij kosten moest maken voor vervangende woonruimte. De vordering werd toegewezen, met wettelijke rente, en de kosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de ex-echtgenote tot betaling van een gebruiksvergoeding van € 6.825,00 met wettelijke rente vanaf 2 november 2020.