Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen 1 t/m 3, ter griffie ontvangen op 5 januari 2021,
- het verweerschrift met één bijlage, ter griffie ontvangen op 22 februari 2021,
- de mondelinge behandeling op 2 maart 2021.
- dhr. [verzoeker] , bijgestaan door mr. Loonen (vergezeld van een stagiaire);
- [belanghebbende] , bijgestaan door mr. De Ree.
2.De feiten2.1. Bij vonnis van deze rechtbank van 15 mei 2018 is [verzoeker] in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. B.R.M. de Bruijn tot rechter-commissaris en met aanstelling van [belanghebbende] tot curator (insolventienummer F.03/18/105).
4.De beoordeling
vorderenvan bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft. Het vorenstaande impliceert dat de bescheiden alleen opgevraagd kunnen worden in een dagvaardingsprocedure. De rechtbank is echter van oordeel dat, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 5 december 2014 (ECLI:NL:HR: 2014:3533), een bij verzoekschrift ingesteld verzoek ex artikel 843a Rv ook ontvangen kan worden.