Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eiseres sub 1] ,
[eiseres sub 2],
[eiseres sub 3],
[eiser sub 4],
[eiseres sub 5],
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding van 22 februari 2021 met producties 1 t/m 17;
- de op 25 maart 2021 door [gedaagde] ingediende producties 1 t/m 9;
- de mondelinge behandeling op 25 maart 2021;
- de pleitnota van [eisers] ;
- de pleitnota van [gedaagde] .
2.De feiten
[erflaatster] (verder te noemen: erflaatster). Eiseressen onder 1 tot en met 3 zijn dochters en gedaagde is een zoon van erflaatster. Eiser onder 4 en eiseres onder 5 zijn kinderen van een vooroverleden zoon van erflaatster. Eiseressen onder 1 tot en met 3 en gedaagde erven ieder 1/5e deel van de nalatenschap en eiser onder 4 en eiseres onder 5 ieder 1/10e deel.
3.Het geschil
[naam notaris] , kantoorhoudend te [vestigingsplaats 1] , aan de [adres 1] , althans een door de voorzieningenrechter aan te wijzen notaris, binnen een week na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, op verbeurte van een dwangsom van € 10.000,-- per dag of gedeelte van een dag dat door [gedaagde] geen medewerking wordt verleend, althans te bepalen dat als [gedaagde] alsdan zij medewerking niet verleent, het in dezen te wijzen vonnis op grond van artikel 3:300 BW Pro dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van degene die tot de rechtshandeling gehouden is, [gedaagde] ;
4.De beoordeling
argumenten niet toereikend zijn om een spoedeisend belang aan te kunnen nemen. Echter, ook indien zou worden aangenomen dat [eisers] wél een spoedeisend belang hebben bij hun vorderingen, moeten deze vorderingen worden afgewezen, en wel op grond van het volgende.
gehelegemeenschap worden gevorderd en kan enkel bij gewichtige redenen een gedeeltelijke verdeling worden gevorderd. Dat er sprake is van gewichtige redenen is echter niet gesteld. [eisers] kunnen dan ook niet zomaar bestanddelen uit een nalatenschap lichten om deze vervolgens te verdelen.