Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
3.Toelichting vordering
Aard kort geding
voorlopigeconstitutieve uitspraak kennelijk mogelijk is. Immers, als de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak naderhand op een daartegen aangewend rechtsmiddel wordt vernietigd, wordt zij geacht nimmer te hebben gegolden. Het arrest aanvaardt dus uitdrukkelijk de mogelijkheid van een constitutieve uitspraak die slechts beperkt in de tijd geldt en naderhand kan wegvallen, met andere woorden niet definitief is, maar voorlopig. Als een
voorlopigeconstitutieve uitspraak mogelijk is, kan niet meer worden gezegd dat de aard van het kort geding zich verzet tegen het uitspreken van een constitutieve uitspraak als zodanig. Dat is dan alléén het geval als een voorlopige wijziging of opheffing of een voorlopig in het leven roepen van een rechtstoestand niet mogelijk is te achten, zoals – naar mij lijkt in elk geval – bij een echtscheiding aan de orde is.
voorlopigeconstitutieve uitspraak wel mogelijk is. Hij wijst erop dat denkbaar is dat een partij er in een bepaalde gevallen (groot) belang bij kan hebben dat op zeer korte termijn een rechtstoestand waarbij zij is betrokken, zelf wordt gewijzigd, al is het voorlopig. Aan het eventuele bezwaar van blijvende onzekerheid door zo’n uitspraak kan de kort geding rechter zijns inziens zo nodig tegemoetkomen door aan zijn beslissing de opschortende voorwaarde te verbinden dat de eiser binnen een zekere termijn een bodemprocedure aanhangig maakt. Hij gaat ervan uit dat een constitutieve uitspraak in kort geding naar zijn aard voorlopig is (en dat het hiervoor in 3.1 vermelde dus gewoon geldt). Ter afsluiting van zijn betoog merkt hij onder meer op:
nietmogelijk werd geoordeeld, dan die welke hiervoor in 1.3 zijn genoemd, heb ik niet gevonden.
nietmogelijk geoordeeld.