Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen;
- de mondelinge behandeling op 24 maart 2021, waar [verweerster] niet is verschenen.
Rechtbank Limburg
De werkgever Plalloy MTD B.V. verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer, die sinds 1997 in dienst was als Logistic Employee. De werknemer verliet op 8 oktober 2020 zijn werk wegens gezondheidsklachten en was daarna onbereikbaar voor de bedrijfsarts en werkgever. Diverse oproepen en bezoeken bleven zonder reactie, ook het UWV kon geen deskundigenoordeel geven omdat de werknemer niet verscheen.
Plalloy stelde dat de werknemer zijn re-integratieverplichtingen niet nakwam en zich onbereikbaar hield, wat ernstig verwijtbaar handelen oplevert volgens artikel 7:669 lid 3 sub e en Pro artikel 7:671b lid 5 BW. De werknemer trad niet op tegen het verzoek en verscheen niet bij de mondelinge behandeling.
De kantonrechter oordeelde dat de ontbinding terecht is en wees het verzoek toe met ingang van 8 april 2021. Tevens werd verklaard dat de werknemer geen aanspraak heeft op een transitievergoeding, billijke vergoeding of andere aanvullende vergoeding. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met onmiddellijke ingang wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer zonder recht op transitievergoeding.