In deze kortgedingprocedure vordert de verhuurder ontruiming van een woning wegens vermeend ernstig wangedrag van de huurder, waaronder schade aan het gehuurde, overlast door dieren en huurachterstand. De huurder betwist deze beschuldigingen en woont met zijn zwangere partner en kinderen in de woning.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het spoedeisend belang aanwezig is, maar dat het gevorderde alleen kan worden toegewezen bij voldoende aannemelijk ernstig wangedrag. De verhuurder heeft slechts een kale stelling gepresenteerd zonder voldoende bewijs, zoals verklaringen van buren of politie. Foto’s en korte filmopnames tonen geen misbruik van het gehuurde.
Gezien de sociale situatie van de huurder en het ontbreken van concreet bewijs wordt het gevorderde afgewezen. De verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten van de huurder, begroot op € 747,00. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.