Werknemer trad in 2016 in dienst bij de rechtsvoorganger van Autoschade Beek en volgde gedurende meerdere jaren opleidingen die door de werkgever werden vergoed. Na overgang van onderneming sloot werknemer een nieuwe arbeidsovereenkomst met een studiekostenbeding. Na beëindiging van het dienstverband vorderde werkgever terugbetaling van studiekosten.
De kantonrechter beoordeelde of het studiekostenbeding rechtsgeldig was. Hierbij werd het arrest Muller/Van Opzeeland als uitgangspunt genomen, dat stelt dat een studiekostenbeding aan bepaalde materiële vereisten moet voldoen, waaronder de duidelijkheid over de terugbetalingsverplichting en de evenredigheid daarvan.
Hoewel aan de formele vereisten werd voldaan, oordeelde de kantonrechter dat werkgever onvoldoende concreet en duidelijk had gemaakt welke bedragen werknemer bij beëindiging van het dienstverband moest terugbetalen. De omvang van de studiekosten was hoog in verhouding tot het loon, en werknemer werd pas na opzegging met de financiële gevolgen geconfronteerd.
Daarom kon werkgever geen beroep doen op het studiekostenbeding en was de verrekening van loon met studiekosten onterecht. Werkgever werd veroordeeld tot betaling van het loon, wettelijke verhoging, incassokosten en rente aan werknemer. De vorderingen van werkgever werden afgewezen.