Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juni 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasgouw, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Wettelijk kader
Beoordeling
de aanvragenvan eisers hebben immers betrekking op kosten die reeds eerder zijn gemaakt. De betreffende voorziening, een traplift, is immers reeds in februari/maart 2018 gerealiseerd. Dit betekent dat de aanvraag ingevolge de Verordening in beginsel niet voor toewijzing in aanmerking komt. Uit de toelichting en vooral de Beleidsregels volgt echter dat deze weigeringsgrond niet onverkort geldt, maar dat hiervan
kanworden afgeweken in twee gevallen; hetzij in het geval van een spoedeisende situatie, hetzij in een geval waarin de noodzaak voor de betreffende voorziening alsnog aantoonbaar is. Niet in geschil is dat de traplift in het geval van eisers noodzakelijk was. Dit betekent dat verweerder op basis van de Beleidsregels bevoegd, maar niet verplicht was om van de in de Verordening genoemde weigeringsgrond af te wijken. In zoverre is de uitvoeringspraktijk van dit college kennelijk anders dan die van het college dat procedeerde in de door eisers aangehaalde uitspraak van de CRvB uit 2011 (zie ro. 4.5.), hetgeen het college ook vrijstaat. Anders dan eisers betogen, is er in het onderhavige geval namelijk wel sprake van beleidsvrijheid en de toetsing van de toepassing daarvan door de bestuursrechter moet terughoudend plaatsvinden.