ECLI:NL:CRVB:2022:2214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag traplift als maatwerkvoorziening wegens te late aanvraag
Betrokkenen meldden zich in januari 2018 bij het college voor een traplift vanwege beperkingen bij het traplopen. Tijdens een keukentafelgesprek gaven zij aan mogelijk zelf een traplift te willen aanschaffen vanwege eigen bijdrage en bruikleenvoorwaarden. In februari of maart 2018 plaatsten zij op eigen kosten een traplift zonder aanvraag in te dienen.
In maart 2019 dienden betrokkenen alsnog een aanvraag in voor een traplift als maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. Het college wees deze aanvragen af omdat ze niet binnen een redelijke termijn na het realiseren van de traplift waren ingediend, en verwees naar de Verordening maatschappelijke ondersteuning Maasgouw 2015 die geen aanspraak geeft op kosten die voorafgaand aan de aanvraag zijn gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college bevoegd was, maar niet verplicht, om af te wijken van de weigeringsgrond. Het college motiveerde het niet toepassen van de uitzondering met het feit dat de aanvraag pas een jaar na plaatsing werd gedaan. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en bevestigde de afwijzing. Er was geen aanleiding voor vergoeding van kosten of toewijzing van het beroep.
Uitkomst: De aanvraag voor een traplift als maatwerkvoorziening wordt afgewezen vanwege te late indiening.