Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- exploot van dagvaarding € 89,44
- griffierecht € 507,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
Ter voorkoming van een executoriale verkoop heeft gedaagde haar woning verkocht aan Hooghuis Vastgoed B.V. en deze vervolgens van Hooghuis gehuurd. De huurprijs bedroeg € 850 per maand, te voldoen vóór of op de eerste dag van de maand. Gedaagde is echter in gebreke gebleven met het betalen van de huur, waardoor een aanzienlijke huurachterstand is ontstaan.
Hooghuis vorderde in kort geding betaling van de huurachterstand van € 6.125,00, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en ontruiming van de woning. Gedaagde is niet verschenen en verstek is verleend. Ondanks enkele procedurele slordigheden aan de zijde van Hooghuis, waaronder onduidelijkheden over de betekening van producties en het ontbreken van een ondertekend huurcontract, achtte de rechtbank de procedure rechtsgeldig.
De rechtbank oordeelde dat de huurachterstand vaststaat en toewijsbaar is. Ook de ontruiming wordt toegewezen, met een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De rechtbank gaf Hooghuis de aanbeveling het vonnis niet direct ten uitvoer te leggen, mits partijen een regeling treffen over de aflossing van de huurschuld. Tevens werden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand, incassokosten, ontruiming binnen veertien dagen en vergoeding van proceskosten.