Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter vanwege het ambtshalve aanhouden van de zitting op 18 november 2020 zonder overleg, terwijl verzoeker een groot belang had bij doorgang van de zitting.
De rechter had de zitting aangehouden omdat de gemachtigde van verweerder symptomen vertoonde die op corona duidden en niet aanwezig kon zijn. De rechter bepaalde vervolgens snel een nieuwe zittingsdatum om het belang van verzoeker te waarborgen.
De wrakingskamer oordeelt dat het wrakingsverzoek niet gegrond is omdat het aanhouden van de zitting niet anders kan worden uitgelegd dan als een redelijke beslissing, gelet op de omstandigheden. Er is geen sprake van vooringenomenheid of schijn daarvan. Het verzoek wordt daarom afgewezen.