Werknemer is sinds 2000 in dienst bij Adelante als bewegingsagoog. Na een strafrechtelijke veroordeling wegens seksueel misbruik van zijn ex-stiefdochter, stelde Adelante de werknemer op non-actief en stopte de loonbetaling per 8 mei 2021. Werknemer vorderde daarop in kort geding betaling van het achterstallige loon.
De rechtbank oordeelde dat de ziekmelding van werknemer op 28 april 2021 terecht was en dat het aan de werkgever was om tijdig een bedrijfsarts in te schakelen voor beoordeling van arbeidsongeschiktheid. Adelante had dit nagelaten, waardoor de werknemer geacht wordt arbeidsongeschikt te zijn vanaf de ziekmelding.
De loonstop was volgens de rechtbank onterecht, omdat werknemer niet in staat was zijn werkzaamheden te verrichten door ziekte en omdat Adelante hem niet toeliet tot de werkvloer. De loonvordering werd daarom toegewezen met wettelijke verhoging en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar verklaard bij voorraad.