ECLI:NL:RBLIM:2021:6101
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgevingsvergunning voor verbouwing woning en geschil over vergunningsplichtige onderdelen
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Limburg op 30 juli 2021 uitspraak gedaan over een beroep tegen een omgevingsvergunning voor de verbouwing van een woning. De vergunninghouder had een aanvraag ingediend voor de verbouwing van zijn woning, waaronder een uitbreiding van de woonkeuken, een kantoor en vergroting van de verdieping. De buurman, eiser in deze zaak, was het niet eens met de vergunningverlening omdat hij meende dat ook andere bouwwerken, zoals een muur op de erfgrens en een garage, die niet in de aanvraag waren opgenomen, onderdeel uitmaakten van het bouwplan en dus vergunningplichtig moesten zijn.
De rechtbank oordeelde dat eiser als buurman belanghebbende is, maar dat de vergunning uitsluitend kan worden geweigerd op grond van de limitatieve gronden in artikel 2.10 van de Wabo. De rechtbank stelde vast dat verweerder, het college van burgemeester en wethouders, terecht heeft beslist op de aanvraag zoals die is ingediend. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak volgt dat het aan de aanvrager is om te bepalen welke onderdelen hij in de aanvraag opneemt, ook als er omgevingsvergunningsvrije onderdelen zijn die buiten de aanvraag kunnen blijven.
Verder wees de rechtbank het verweer van eiser af dat de muur en garage bouwkundig en functioneel niet te scheiden zouden zijn van de vergunde delen. Omdat deze onderdelen niet in de aanvraag waren opgenomen en omgevingsvergunningsvrij zijn, behoefde verweerder deze niet mee te nemen in de vergunningverlening. Ook het feit dat een deur wordt gerealiseerd op een plek die niet op de bouwtekening stond, was geen reden om de vergunning te weigeren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de verleende omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft ongewijzigd van kracht.