Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 augustus 2021
op de verzoeken om voorlopige voorziening in de zaken tussen
[verzoeker 1] , te [woonplaats] , en [verzoeker 2] te [woonplaats] , verzoekers,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
.Verzoekers betogen dat verweerder in de beslissing op bezwaar moet bevestigen dat deze activiteit planologisch is toegelaten. In het verzoek om een voorlopige voorziening is verzocht om de aan verzoekers opgelegde lasten te schorsen. Daartoe is tevens aangevoerd dat de gestelde begunstigingstermijn te kort is om aan de lasten te voldoen. Verzoekers hebben gewezen op de rapportage van de RUD en de vooraankondiging van 4 januari 2021, waarin volgens hen een begunstigingstermijn van zes maanden is aangehouden. Daarvan wordt nu volgens hen zonder goede reden ten nadele van hen afgeweken.
tevensbestemd voor (een) autobedrijf, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - autobedrijf'. Deze specifieke aanduiding geldt ter plaatse. De term ‘autobedrijf’ is in het bestemmingsplan noch in de bijlage gedefinieerd. Door te bepalen dat de gronden ‘tevens’ zijn bestemd voor ‘autobedrijf’ is kennelijk bedoeld dat daar méér en/of iets anders is toegestaan dan alleen de hiervoor vermelde activiteiten met auto’s zoals opgenomen in bijlage 2. De voorzieningenrechter volgt verweerder daarom niet in diens redenering dat autodemontage ter plaatse in strijd met de planregels is omdat die activiteit niet is genoemd bijlage 2 en een hogere milieubelasting veroorzaakt. Daarbij komt dat verzoekers hebben gesteld dat zij sinds 1990 dezelfde bedrijfsactiviteiten uitvoeren, Uit de voorhanden gegevens blijkt niet dat dit onjuist is. Bovendien is het perceel in het vigerende en vorige bestemmingsplan op dezelfde wijze bestemd. Zij zijn er daarom – niet geheel zonder grond – van uitgegaan dat autodemontage en daarbij behorende opslag paste in de opvolgende bestemmingsplannen. Daarmee is volgens de voorzieningenrechter niet op voorhand duidelijk dat autodemontage in de vorm en omvang als door verzoekers bedrijf verricht, en daarbij behorende opslag, in strijd met het bestemmingsplan is. Het voorgaande leidt er toe dat de voorzieningenrechter twijfel heeft of de bij het primair besluit met kenmerk LE2021UIT/0896 aan [verzoeker 2] opgelegde last in de bodemprocedure onverkort in stand zal blijven. Het vorenstaande geldt niet voor de aan [verzoeker 1] opgelegde last omdat daaraan tevens overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wabo ten grondslag is gelegd en deze overtreding niet is bestreden.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op