ECLI:NL:RBLIM:2021:7
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning wegens onduidelijke termijn tijdelijke woonunit met praktijkruimte
De zaak betreft een beroep van een omwonende tegen een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een tijdelijke woonunit met een praktijkruimte voor acupunctuur gedurende de bouw van een woning. De vergunning was verleend met een termijn die gekoppeld was aan het onherroepelijk worden van de vergunning, wat volgens de rechtbank in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat het bestuursorgaan niet heeft voldaan aan de hoorplicht door een verzoek tot uitstel van de hoorzitting niet te honoreren, maar dit gebrek wordt gepasseerd omdat eiser niet benadeeld is. Verder worden andere beroepsgronden van eiser afgewezen, zoals onvoldoende parkeerplaatsen en overschrijding rooilijn.
De rechtbank vervangt het vernietigde voorschrift door een nieuwe formulering waarin de maximale instandhoudingstermijn van twee jaar wordt gekoppeld aan de datum van verlening van de vergunning. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde deel van het bestreden besluit.
Uitkomst: Het voorschrift over de termijn van de tijdelijke omgevingsvergunning wordt vernietigd en vervangen door een termijn gekoppeld aan de datum van verlening van de vergunning.