Eiseres, een 62-jarige vrouw, vroeg verlenging van haar indicatie voor hulp bij het huishouden op grond van de Wmo 2015. Verweerder wees dit af omdat uit medisch advies bleek dat eiseres lichte huishoudelijke taken en wasverzorging zelf kan doen, terwijl haar inwonende zoon de zwaardere taken kan overnemen.
Eiseres voerde aan dat haar zoon vanwege psychische en lichamelijke klachten en een zware baan niet in staat is gebruikelijke hulp te verlenen. De rechtbank oordeelde dat het medisch advies zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren dat de zoon niet in staat is de taken te verrichten. Ook conflicten tussen eiseres en haar zoon rechtvaardigen geen toekenning van hulp.
De rechtbank wees erop dat eerdere toekenningen van hulp uit coulance waren en niet op onderzoek berustten. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.