Uitspraak
Rechtbank Limburg
hierna te noemen: [naam 1] of [naam 2] .
Rechtbank Limburg
De moeder verzocht de rechtbank om het gezamenlijk ouderlijk gezag te wijzigen in eenhoofdig gezag, de officiële voornaam van haar minderjarige dochter te wijzigen en vervangende toestemming te verlenen voor de wijziging van de achternaam. De rechtbank constateerde dat het exclusieve gezag reeds aan de moeder was toegekend door een Belgische rechter, wat volgens de rechtbank vergelijkbaar is met eenhoofdig gezag in Nederland. Hierdoor verklaarde de rechtbank het verzoek tot wijziging van het gezag niet-ontvankelijk.
De moeder motiveerde het verzoek met ernstige mishandeling door de vader en het ontbreken van contact sinds 2016. De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot wijziging van de voornaam een zwaarwichtig belang bevatte, mede vanwege het traumatische verleden van de moeder en het welzijn van de minderjarige. Het verzoek tot naamswijziging werd daarom toegewezen.
Het verzoek om vervangende toestemming voor de geslachtsnaamwijziging werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen sprake was van gezamenlijk gezag. De rechtbank wees erop dat de vader niet betrokken was en dat de moeder de achternaamwijziging niet zelf kon aanvragen vanwege haar angst voor de vader.
De beschikking werd gegeven door kinderrechter E.C.M. Minkenberg en griffier E.H.M. Smale op 12 oktober 2021. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Verzoek tot wijziging van het gezag en vervangende toestemming geslachtsnaam niet-ontvankelijk; wijziging voornaam toegewezen.