ECLI:NL:RBLIM:2021:8105
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake inzageverzoek Jeugdwet dossiers
Eiseres verzocht inzage in de afgesloten hulpverleningsdossiers van haar beide zonen op grond van artikel 7.3.10 van de Jeugdwet en/of artikel 15 van Pro de Algemene verordening gegevensbescherming (Avg). Omdat niet tijdig op dit verzoek was beslist, stelde zij beroep in bij de rechtbank Limburg. De rechtbank verklaarde zich in eerste aanleg onbevoegd omdat verweerder niet als bestuursorgaan in de zin van de Awb kon worden aangemerkt.
Eiseres stelde verzet in tegen deze onbevoegdverklaring. Tijdens de zitting op 27 september 2021 behandelde de rechtbank het verzet en oordeelde dat de bestuursrechter inderdaad niet bevoegd is om te oordelen over inzageverzoeken op grond van de Jeugdwet en/of de Avg. De rechtbank baseerde zich hierbij op eerdere jurisprudentie en wetsartikelen, waaronder een uitspraak van de Raad van State.
De rechtbank benadrukte dat het civiele recht de juiste rechtsgang biedt voor geschillen over dergelijke inzageverzoeken. Het verzet werd ongegrond verklaard en de eerdere buiten-zittingsuitspraak bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst naar de civiele rechter; het verzet wordt ongegrond verklaard.