Eisers ontvingen een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) op grond van de Participatiewet. Verweerder trok deze AIO-aanvulling in omdat eisers niet binnen de gestelde termijn hun Turkse identiteitsnummers hadden verstrekt, ondanks herhaalde verzoeken en een opschortingsbesluit.
Eisers voerden aan dat zij gerechtvaardigd hadden geweigerd de nummers te verstrekken vanwege privacyredenen en dat het onderzoek ook zonder deze nummers kon plaatsvinden. De rechtbank oordeelde dat het opvragen van het Turkse identiteitsnummer noodzakelijk en proportioneel was voor een betrouwbare identificatie en ter voorkoming van persoonsverwisseling.
De rechtbank verwierp de bezwaren tegen het onderzoek en de vermeende schending van privacywetgeving, waaronder het EVRM en de AVG. Het niet verstrekken van de nummers was verwijtbaar, waardoor verweerder bevoegd was de AIO-aanvulling in te trekken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.