Eiseres, met lichamelijke beperkingen en gebruiker van een trippelrolstoel, huurde een aangepaste woning die op de nominatielijst stond om te worden gesloopt. In 2014 kreeg zij een verhuisindicatie met een tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten, onder de voorwaarde dat zij zou verhuizen naar een woning die aan een specifiek eisenpakket voldeed.
In 2017 bood de woningstichting een nieuwe woning aan, waarvoor eiseres een financiële tegemoetkoming kreeg voor aanpassingen. De eerder toegekende verhuisvergoeding verviel. Het college verklaarde bezwaar tegen het intrekken van de vergoeding ongegrond, omdat de nieuwe woning niet voldeed aan het eisenpakket en eiseres een slooppremie had ontvangen.
Eiseres diende een herzieningsverzoek in, gesteund op een brief van de woningstichting waarin werd gesteld dat de nieuwe woning aan het eisenpakket voldeed. Het college wees dit verzoek af, stellende dat de brief geen nieuw feit of omstandigheid bevatte en dat het college bevoegd was te beslissen over de geschiktheid van de woning.
De rechtbank oordeelt dat het bestaan van de brief wel nieuw is, maar de inhoud niet als nieuw feit kan gelden. Eiseres kan geen gerechtvaardigde verwachtingen ontlenen aan mededelingen van de woningstichting. Het college handelde bevoegd en niet onredelijk door het verzoek af te wijzen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.