Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Inleiding
- in de zaak 03/703068-12 bewezenverklaring kan volgen van het medeplegen van het gewoonte maken van opzetheling (feit 1 primair) en deelneming aan een criminele organisatie (feit 2);
- in de zaak 03/700717-13 bewezenverklaring kan volgen van deelneming aan een criminele organisatie (feit 1), het medeplegen van twee diefstallen (feiten 2 en 3) en opzetheling van drie auto’s (feiten 4, 5 en 6, telkens subsidiair);
- in de zaak 03/659132-17 de verdachte vrijgesproken kan worden van de poging tot zware mishandeling (feit 1) en bewezenverklaring kan volgen van het medeplegen van het gewoonte maken van opzetheling (feit 2 primair);
- een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 19 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 1 jaar opgelegd kan worden.
- de rechtbank niet gebonden is aan het afdoeningsvoorstel; het blijft een ‘voorstel’ aan de rechtbank dat de rechtbank na beraad kan volgen of niet kan volgen;
- de rechtbank de vragen als bedoeld in de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Wetboek van Sv) onverkort hanteert bij haar beoordeling;
- de rechtbank het onderzoek heropent indien niet wordt voldaan aan enig strafrechtelijk of strafvorderlijk belang en (waardoor) de belangen van enige betrokkene, de maatschappij of juridische waarborgen in het geding zijn;
- de rechtbank het onderzoek heropent indien zij van oordeel is dat er op basis van het dossier onvoldoende grond bestaat voor een vaststelling van schuld, de kwalificatie van de feiten evident niet aansluit bij de inhoud van het dossier en de gekozen kwalificatie leidt tot miskenning van strafvorderlijke en maatschappelijke belangen, dan wel wanneer zij de voorgestelde straf niet passend acht.
- indien procespartijen overeenstemming hebben over de beslispunten in een zaak;
- die beslissingen steun vinden in het recht, in het dossier en de concrete omstandigheden van de zaak; en
- de belangen van alle partijen, maar ook van slachtoffers en de maatschappij, gediend worden.
2.De beoordeling van het bewijs
- in de zaak 03/700717-13 onder 4. primair ten laste gelegde (gekwalificeerde) diefstal van een BMW 135i;
- in de zaak 03/700717-13 onder 5. primair ten laste gelegde (gekwalificeerde) diefstal van een BMW 330i;
- in de zaak 03/700717-13 onder 6. primair ten laste gelegde (gekwalificeerde) diefstal van een Mercedes Sprinter;
- in de zaak 03/659132-17 onder 1. ten laste gelegde poging tot zware mishandeling.
- de feiten 1 primair en 2 in de zaak 03/703068-12;
- de feiten 1, 2, 3, 4 subsidiair, 5 subsidiair en 6 subsidiair in de zaak 03/700739-13;
- feit 2 primair in de zaak 03/659132-17.
3.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
1.primair: medeplegen van van het plegen van opzetheling een gewoonte maken
4.subsidiair. medeplegen van opzetheling
5.subsidiair. medeplegen van opzetheling
6.subsidiair. medeplegen van opzetheling
4.De strafbaarheid van de verdachte
5.De straf
- de aard en ernst van de feiten;
- de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan;
- de persoon van de verdachte, waaronder in het bijzonder zijn slechte gezondheidstoestand na een eerdere beroerte / herseninfarct en een recente hartaanval;
- de straffen die doorgaans worden opgelegd voor soortgelijke feiten, waarbij rekening gehouden dient te worden met:
- de zeer forse schending van de redelijke termijn en de vermindering van de straf die die overschrijding met zich brengt, nu het feiten uit voornamelijk 2011 en 2012 (en deels 2014 tot en met 2017) betreft;
- Artikel 63 van Pro het Wetboek van Sr;
- de omstandigheid dat de verdachte nadien in 2013 en 2018 in België nog is veroordeeld tot gevangenisstraffen wegens diefstal respectievelijk poging tot diefstal met braak, met dien verstande dat hij van de meest recente veroordeling nog een jaar gevangenisstraf zal moeten uitzitten.
6.Het beslag
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart de feiten 1 primair en 2 in de zaak 03/703068-12, de feiten 1, 2, 3, 4 subsidiair, 5 subsidiair en 6 subsidiair in de zaak 03/700739-13 en feit 2 primair in de zaak 03/659132-17 bewezen zoals in bijlage II is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 3 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 primair en 2 in de zaak 03/703068-12, de feiten 1, 2, 3, 4 subsidiair, 5 subsidiair en 6 subsidiair in de zaak 03/700739-13 en feit 2 primair in de zaak 03/659132-17 tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 19 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 1 jaar;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 1 jaar zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.