Eiser vroeg een omgevingsvergunning aan voor het realiseren van een vakantiewoning op zijn perceel, gelegen binnen de geurcirkel van het aangrenzende agrarische perceel van derde-partij. Het college wees de aanvraag af vanwege strijd met de goede ruimtelijke ordening, met name vanwege het ontbreken van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat binnen de geurcirkel. Eiser maakte bezwaar en ging in beroep tegen het bestreden besluit.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht is uitgegaan van een geurcirkel van 50 meter vanuit de koeienstal op het agrarisch perceel, omdat het bestemmingsplan de exploitatie van een volwaardig agrarisch bedrijf toestaat. Het feit dat het agrarisch bedrijf momenteel niet actief is, doet hieraan niet af. De rechtbank stelt dat verweerder in redelijkheid kon aannemen dat binnen deze geurcirkel geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat bestaat.
Verder concludeert de rechtbank dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt, omdat de situatie van eiser verschilt van die van anderen die binnen de geurcirkel een reguliere woning mogen bouwen. Ook de procedurefout bij het toepassen van de reguliere in plaats van de uitgebreide voorbereidingsprocedure leidt niet tot vernietiging van het besluit, omdat geen sprake is van benadeling van belanghebbenden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, draagt het college op het betaalde griffierecht te vergoeden en veroordeelt het college in de proceskosten van eiser.