Eiseres, een besloten vennootschap, heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een doelgroepverklaring loonkostenvoordeel (LKV) omdat de aanvraag niet binnen drie maanden na het ontstaan van de dienstbetrekking was gedaan. De dienstbetrekking ontstond door een wijziging van de rechtsvorm van de werkgever, waarbij de arbeidsovereenkomst van de werknemer overging.
Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 2.11 van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl), dat een harde driemaandentermijn voorschrijft voor het aanvragen van de doelgroepverklaring. De rechtbank volgt dit niet volledig en stelt dat deze termijn niet onder alle omstandigheden strikt hoeft te worden toegepast.
De rechtbank verwijst naar de wetgeschiedenis waaruit blijkt dat de termijn bedoeld is om te voorkomen dat achteraf nog LKV wordt toegekend in situaties waarbij het dienstverband ook zonder LKV zou zijn aangegaan. In dit geval is de nieuwe dienstbetrekking uitsluitend ontstaan door een rechtsvormwijziging, terwijl voor de eerdere dienstbetrekking al een doelgroepverklaring was toegekend.
Daarom is er ruimte om van de termijn af te wijken, mits verweerder een belangenafweging maakt die rekening houdt met de belangen van werkgever, werknemer en de uitvoerbaarheid van de wet. Verweerder heeft deze afweging niet gemaakt, waardoor het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is.
De rechtbank geeft verweerder de gelegenheid dit gebrek te herstellen binnen acht weken en houdt verdere beslissing aan tot de einduitspraak.