Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het op 25 november 2021 ter griffie ontvangen verzoekschrift met bijlagen, dat ook een provisioneel verzoek ex art. 223 Rv Pro (een voorlopige voorziening) bevat;
- het op 10 januari 2022 ter griffie ontvangen verweerschrift met bijlagen, dat tevens een tegenverzoek bevat;
- de mondelinge behandeling ter zitting van 19 januari 2022, waar partijen de respectieve standpunten en stellingen nader toegelicht hebben aan de hand van een pleitnota en waar van de zijde van Arriva nog twee verduidelijkende producties ingebracht zijn.
2.De feiten
et vaandel bij Arriva. De Sociale veiligheid van onze medewerkers is zowel binnen Arriva alsooklandelijk in het openbaar vervoer een zeer belangrijk item. Uw gedrag brengt niet alleen uw eigenv
eiligheid in het gedrang, maar ook de veiligheid van uw collega’s. Dat is onacceptabel!
Geachte [verzoekende partij, verweerder in het tegenverzoek] ,
erplichtingen die voor u voortvloeien uit het goed werknemerschap.
Geachte [verzoekende partij, verweerder in het tegenverzoek] , (…)
- Het is juist dat in uw rit een vertraging van 5 minuten was ontstaan; u was om 09:13 uur gearriveerd terwijl dit conform de dienstregeling 09:08 had moeten zijn;
- Wanneer u vervolgens een pauze van 19 minuten zou hebben genomen, dan had u (uiterlijk) om 09:32 uur moeten vertrekken. Blijkens de gelogde gegevens bent u echter pas om 09:39 uur vertrokken. Daarmee heeft u niet alleen een te lange pauze — van 26 minuten - genomen, bovendien heeft u de al ontstane vertraging daarmee verder laten oplopen;
- Bij ASL had u contact met [naam 1] . Hij heeft u, in alle redelijkheid, voorgesteld om 15 minuten pauze te nemen om zo de ‘vertragingsschade’ te beperken. U was onder geen beding bereid hieraan mee te werken, ook niet nadat [naam 1] had aangegeven hiervan melding te zullen (moeten) maken bij de Team manager. Het voor het (gedeeltelijk) laten vervallen van uw rit vereiste akkoord van ASL heeft u nooit gekregen; (…)
3.De respectieve verzoeken en het geschil
- een billijke vergoeding ex art. 7:681 lid 1 onder Pro a BW ten bedrage van € 30.000,00 bruto;
- een bedrag van € 3.500,00 als vergoeding van kosten van rechtsbijstand;
- de transitievergoeding, door hem becijferd op een bedrag van € 13.999,00 bruto;
- de vergoeding wegens onregelmatige opzegging ex art. 7:672 lid 11 BW Pro ten bedrage van € 10.606,00;
- de wettelijke rente over voornoemde bedragen vanaf het tijdstip van opeisbaarheid tot aan de dag van voldoening;
- de (vergoeding van) proceskosten.
4.De beoordeling
Als [verzoekende partij, verweerder in het tegenverzoek] toen 15 minuten pauze had genomen vanaf zijn moment van aankomst had hij slechts 1 minuut te laat (om 09.28 i.p.v. 09.27) hoeven te vertrekken”), een opmerking die in een andere werkomgeving/setting dan de onderhavige wellicht als overtrokken aangemerkt zou (kunnen) worden.